26 juli 2017

Plaatsing en aansluiting laadpaal in één arbeidsgang

In opdracht van MRA-E plaatst laadpaalexploitant PitPoint de nieuwe oplaadpalen in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Sinds juni kan elke nieuwe laadpaal in één arbeidsgang worden geplaatst én aangesloten. Dat is minder foutgevoelig, werkt sneller en bespaart kosten. 

Netbeheerder Stedin verhoogde begin dit jaar de aansluitkosten met 75% en bracht zo de business case van de publieke oplaadinfrastructuur een forse klap toe. Door innovaties als de één arbeidsgang grootschalig toe te passen brengen wij de business case weer in beeld.

Een sterke vereenvoudiging van de plaatsing en aansluiting, daarin schuilt de winst van het werken met één arbeidsgang. Normaal zijn er voor de plaatsing en aansluiting twee partijen nodig, de laadpaalexploitant en de netbeheerder, die allebei een eigen aannemer hebben om het werk uit te voeren. Dit betekent dat er vier agenda’s op elkaar moeten worden afgestemd, wat de planning complex maakt en de doorlooptijd onnodig lang. Vaak zitten er meerdere weken tussen de plaatsing en de aansluiting van een laadpaal. Voor de elektrische rijder is dit moeilijk te begrijpen en het is niet in zijn belang. Vandaar dat MRA-E zich sterk heeft ingezet om te komen tot één arbeidsgang, allereerst door in haar aanbesteding voorstellen tot vereenvoudiging te waarderen en vervolgens door met de betrokken partijen aan de implementatie te werken.

PitPoint, dat de aanbesteding gegund kreeg, koos ervoor om met dezelfde aannemer te gaan werken als netbeheerder Stedin in de provincie Utrecht. Daardoor konden de nieuwe laadpalen hier van meet af aan eenvoudig door één aannemer in één arbeidsgang worden geplaatst en aangesloten. In de provincies Noord-Holland en Flevoland, waar netbeheerder Liander verantwoordelijk is voor de netaansluiting van de nieuwe laadpalen, kan dit nu ook. Daarover hebben PitPoint en Liander afspraken gemaakt.

MRA-E is verheugd dat de één arbeidsgang nu in haar hele werkgebied de norm is. Dat bespaart kosten omdat er voor de plaatsing en aansluiting van een laadpaal maar één keer een busje heen en weer hoeft te rijden. Ook worden er minder fouten gemaakt omdat er minder afstemming nodig is. De elektrische rijder profiteert omdat de doorlooptijd tussen de aanvraag van een laadpaal en de ingebruikname bekort wordt. Dat kan zomaar een paar weken schelen. Zo helpen we het elektrisch rijden vooruit!


28 juni 2017

Gemeenten anticiperen op energietransitie
en elektrisch rijden

De crisis is voorbij en er wordt weer volop gebouwd. Dat biedt gemeenten een uitgelezen kans om te anticiperen op het elektrisch rijden en de energietransitie. Bijvoorbeeld door bij de gronduitgifte hiervoor al slimme eisen te stellen. Om extra grip te krijgen heeft een aantal gemeenten de koppen bij elkaar gestoken. Ze delen kennis en good practices. Met projectbureau MRA-E als aanjager en kennisbaak. Zes gemeenten doen al mee.

Regie op beleidsdoelstelling
Voor gemeenten loont het om bij gebiedsontwikkeling rekening te houden met het elektrisch rijden en de energietransitie. Daarmee pakken ze de regie op een belangrijke beleidsdoelstelling: een beter klimaat en schone lucht door het terugdringen van de uitstoot van CO2 en schadelijke uitlaatgassen. De komende jaren stappen we van fossiele brandstoffen over op volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie. Volgens plan moet Nederland in 2020 één van de duurzaamste landen van Europa zijn.

Specialistische kennis
Maar welke concrete mogelijkheden zijn er om bij gebiedsontwikkeling te anticiperen op het elektrisch rijden en de energietransitie? Dat is voor veel gemeenten nog helemaal niet zo duidelijk, merkte MRA-E. Vreemd is dat allerminst, want tot nu toe vonden elektrisch vervoer en hernieuwbare duurzame energiebronnen hun toepassing vooral in de al bestaande bebouwde omgeving. Veel ervaring is er dus nog niet. Bovendien zijn zowel het elektrisch rijden als duurzame energiebronnen nog volop in ontwikkeling. Deels is het dus ook kijken in de toekomst, wat vraagt om specialistische kennis en een vooruitziende blik. Veel gemeenten hebben daarom vooral veel vragen.

Gezamenlijke aanpak
Met de gemeenten Zaanstad, Almere, Hilversum, Alkmaar, Oostzaan en Wormerland heeft projectbureau MRA-E een werkgroep gevormd. Gezamenlijk worden de mogelijkheden geïnventariseerd en onderzocht. De aandacht richt zich zowel op de openbare ruimte als op privéterrein. Zet je in de openbare ruimte bijvoorbeeld in op een koppeling van publieke laadpalen met lokaal opgewekte duurzame energie? En zo ja, hoe pak je dat dan aan? En welke eisen stel je aan een projectontwikkelaar, zodat het laden van elektrische auto’s in een nieuw te bouwen pand met een Vereniging van Eigenaars en een gemeenschappelijke parkeerruimte bij voorbaat goed geregeld is?

Meedoen?
Voor gemeenten is het aantrekkelijk om hierin samen op te kunnen trekken. Dat is veel efficiënter en sneller dan wanneer iedereen het wiel zelf moet uitvinden. Bovendien vergroot de samenwerking de eenduidigheid: in alle gemeenten min of meer dezelfde aanpak en voorzieningen. Ook meedoen als gemeente en geïnspireerd raken? Mail met info@mra.nl.

 

18 mei 2017

MRA-E en G4 steden delen kennis over gebruik laadpalen

In opdracht van MRA-E verzamelt en analyseert de Hogeschool van Amsterdam (HvA) de data van alle laadpalen de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. Ook de laadpalen van Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam worden door de HvA geanalyseerd. Samen gaat het om ruim 70% van alle laadpalen in Nederland. Wie laadt waar, wanneer, hoeveel en hoe lang? Analyse van deze harde cijfers levert een solide basis op om het elektrisch rijden nog effectiever aan te jagen.

Waardevolle informatie
Voor MRA-levert de analyse de basis voor een uitgekiend plaatsingsbeleid: afhankelijk van het gebruik van de bestaande laadpalen kunnen er gericht palen worden bijgeplaatst of weggehaald. MRA-E en de G4-steden delen de bruikbare informatie ook met derden. Zo kon bijvoorbeeld het hardnekkige misverstand worden ontkracht dat e-rijders laadplaatsen misbruiken als parkeerplek. In een artikel in de Volkskrant stelde Gertjan Geurts van Social Charging dat 80% van de tijd dat een elektrische auto aan een oplaadpaal staat, deze niet aan het laden is. De laadcijfers in de G4 en MRA-E-gebied nuanceren dit. Circa 36% van de sessies is korter dan 4 uur; bijna 95% korter dan een dag. ‘In vergelijking met reguliere parkeerders zijn deze data waarschijnlijk zelfs zeer goed te noemen’, concludeert Rick Wolbertus van IDO-Laad.
Bovendien hebben de meeste laadpalen twee laadpunten, dus mocht een laadpunt wat langer bezet zijn dan is er altijd nog een tweede beschikbaar. Op een vergelijkbare manier is ook aangetoond dat plug-in-hybrides een belangrijke bijdrage leveren aan de business case voor oplaadpalen. Plug-in-hybrides zijn verantwoordelijk voor ruim de helft van het totaal geladen aantal kWh. Dankzij de plug-in-hybride komt een gezonde business case voor oplaadpalen sneller dichterbij, waarbij de overheid niet meer in de laadinfrastructuur hoeft te investeren. Ze zijn een stepping stone op weg naar een volledige energietransitie met uitsluitend vol-elektrische auto’s en een wagenpark dat de mens en het milieu niet langer bedreigt.

Privacy gewaarborgd
MRA-E gaat zorgvuldig met de data om. Zo worden er aan derden alleen geaggregeerde en geen ruwe data verstrekt. Op die manier kunnen individuele gebruikers niet worden getraceerd en is hun privacy gewaarborgd. Tegelijkertijd beschermt dit de laadpaalexploitanten die de data beschikbaar stellen. Zij begrijpen dat het delen ervan het elektrisch rijden vooruit kan helpen, maar beschouwen de ruwe data terecht als bedrijfsgevoelige informatie.

MRA-E deelt de informatie via congressen en publicaties en natuurlijk richting de gemeenten waar de laadpalen staan. Ook gebeurt dit via het samenwerkingsproject IDO-Laad, waaraan naast de G4-steden en MRA-E onder andere energieleveranciers, adviesbureaus, netwerkbeheerders en automerken deelnemen.

Heeft u een specifieke vraag over de data? Dan kunt u die aan MRA-E voorleggen via info@mrae.nl. MRA-E kijkt dan of en hoe uw vraag beantwoord kan worden. Omdat de analyse van de data specialistisch werk is waarvoor de HvA een tool ontwikkeld heeft, wordt de data-analyse uitgevoerd door de HvA. Dat garandeert een correcte analyse en juiste interpretatie.


22 april 2017

Metropoolregio Amsterdam: meer elektrische voertuigen, meer laadpalen

In het project Metropoolregio Amsterdam-Elektrisch werken sinds 2012 de overheden in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht samen aan het stimuleren van elektrisch vervoer.

Jaarlijks stelt het projectbureau een werkprogramma op. De inzet voor 2017 richt zich niet alleen op het vergroten van het aantal elektrische voertuigen en laadpunten. De aandacht gaat ook naar het gebruik van lokaal opgewekte duurzame energie en de inzet van de elektrische auto voor de opslag hiervan.

In de 3 provincies (exclusief Amsterdam en Utrecht) rijden ruim 33.000 elektrische voertuigen en staan zo’n 1.000 openbare oplaadpalen. MRA-Elektrisch verdubbelt dit aantal de komende tijd met nog eens 1.200 oplaadpalen. Ook start het projectbureau, in samenwerking met bedrijven, projecten om het aantal voertuigen te vergroten en elektrisch bestelverkeer en poolauto’s te introduceren.

Onderzoek opslag energie 
Daarnaast onderzoekt en test MRA-Elektrisch de mogelijkheden om de elektrische auto in te zetten om balans te brengen in vraag en aanbod van duurzame energie. De auto kan op een moment geladen worden dat de vraag laag is en als opslag dienen voor het overschot aan stroom, om dit op een ander moment weer terug te leveren aan het net.


27 maart 2017

MRA-E ziet: koppeling elektrische auto en duurzame energie loont

Hoe brengen we de energietransitie snel en zonder haperingen dichterbij? Een goede koppeling van de elektrische auto met duurzaam opgewekte energie helpt. Dat blijkt uit de uitkomsten van een aantal praktisch ingestoken voorbeeldprojecten. Nog dit jaar wil MRA-E de koppeling met nieuwe initiatieven verder vormgeven.

Elektrische auto’s stoten geen schadelijke uitlaatgassen uit en zorgen voor een betere luchtkwaliteit. Wordt er geladen met groene stroom, dan is ook de CO2-uitstoot nul en beperkt elektrisch rijden ook de klimaatverandering. Met de groei van het aantal elektrische auto’s – er rijden er in Nederland al 100.000 – is het wel zaak te zorgen dat niet iedereen laadt tussen 17.00 uur en 20.00 uur, wanneer huishoudens het elektriciteitsnetwerk al zwaar belasten. De ervaring die MRA-E in Alkmaar opdoet met Smart Charging laat zien dat tariefdifferentiatie mensen kan stimuleren om in de daluren te laden. Zo voorkomen we dat in de toekomst het stroomnetwerk moet worden verzwaard en dat er tijdens piekuren wellicht extra (kolen)centrales moeten worden bijgeschakeld.

Opladen met stroom die is opgewekt met zonnepanelen op het eigen dak of op omliggende gebouwen biedt volop kansen voor lokale energieprojecten. Dit kan het rendement van lokaal opgewekte zonnestroom vergroten en geeft het schone elektrisch rijden een impuls. Hiermee doet MRA-E in Utrecht ervaring op met We Drive Solar (voorheen LomboXnet). We Drive Solar experimenteert ook met een slimme laadpaal, die de accu van de auto zowel kan op- als ontladen. Een eventueel overschot aan zonnestroom wordt opgeslagen in de accu van de auto en blijft daar beschikbaar. Bijvoorbeeld voor gebruik in huis, ’s nachts.

Een overschot aan zonnestroom kan ook worden opgeslagen in een buffer. Om hier ervaring mee op te doen is MRA-E in gesprek met taxibedrijf en de eigenaar van het pand waar de zeventig Tesla’s op Schiphol hun thuishaven hebben. De Tesla’s laden al met groene stroom, maar het kan nog beter. Het idee is om de taxi’s te laden met stroom opgewekt met zonnepanelen op het eigen dak. Buffering van surplus-stroom in een batterijpakket – waar het beschikbaar blijft voor later gebruik door de taxi’s – draagt bij aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Ervaring hiermee opdoen is belangrijk, want het aanbod van duurzaam opgewekte energie fluctueert aanzienlijk en dit kan leiden tot instabiliteit in het elektriciteitsnetwerk. Het coördineren en managen van de energiebehoefte voor elektrische auto’s en het aanbod van energie is een grote uitdaging voor de toekomst.

De drie beschreven voorbeelden laten zien dat aandacht voor de koppeling van de elektrische auto met duurzaam opgewekte energie kansen biedt. Hiermee brengen we de energietransitie sneller en zonder haperingen dichterbij. Daarbij betreden we een nieuw terrein en loont het om open te staan voor kennisdeling en nieuwe samenwerkingsverbanden. Denk bijvoorbeeld aan autofabrikanten, netbeheerders en lokale overheden. Samenwerking voorkomt dat iedereen het wiel zelf moet uitvinden en brengt ons sneller vooruit. Omdat de innovatie zich deels heel lokaal voltrekt, zal nu ook de consument een actieve rol moeten krijgen. Actieve burgers zoals de energie-ambassadeurs in Almere kunnen die rol pakken. MRA-E stimuleert en faciliteert de samenwerking. Doet u mee?


22 februari 2017

60 gemeenten besteden gezamenlijk laadpalen aan, elektrisch rijden wordt goedkoper

Projectbureau MRA-Elektrisch heeft met succes namens 60 gemeenten een aanbesteding  georganiseerd voor de exploitatie van 360 bestaande laadpalen in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht. De opdracht is gegund aan laadpaalexploitant PitPoint. De gunning markeert een mijlpaal; het bedrijf gaat betalen voor het exploitatierecht.


Tot voor kort moest de overheid nog meefinancieren omdat aan de verkoop van stroom onvoldoende werd verdiend. Met het groeiend aantal elektrische auto’s neemt ook de verkoop van stroom toe. Dat maakt een overheidsbijdrage overbodig. MRA-E zet de financiële meevaller in om de kosten voor het laden op deze palen te verlagen, zodat het elektrisch rijden goedkoper is dan het rijden op benzine of diesel.

Financieel voordeel markt en overheid
De 360 bestaande publieke laadpalen die PitPoint gaat exploiteren, staan verspreid over bijna 60 gemeenten in de drie provincies. Doordat de aanbesteding  door MRA-E  is georganiseerd neemt het de gemeenten werk uit handen en maken zij geen kosten voor een aanbesteding. “Voor de markt levert een gezamenlijke uitvraag een aantrekkelijk schaalvoordeel op” aldus projectmanager MRA-E Maarten Linnenkamp. “Als elke gemeente een aparte aanbesteding had gedaan, was dat zeker niet gelukt”.

Jan Theo Hoefakker van PitPoint herkent dit en vult aan: “Wij nemen bestaande laadpalen over. Dat betekent dat je specifieke kennis moet hebben over de service en het onderhoud van laadpalen in de publieke ruimte. Wij hebben een eigen service-afdeling. Daarom zijn we in staat een dergelijk project aan te gaan”.

Afgelopen zomer won PitPoint ook al een door MRA-E georganiseerde aanbesteding voor het plaatsen en beheren van 1200 nieuwe laadpalen. Bij een dergelijke aanbesteding  gaat het niet alleen om het beheer en onderhoud, maar moeten ook laadpalen worden gefinancierd. Als je dan ook de laadtarieven aantrekkelijk wilt houden, vraagt dat nog wel om een financiële bijdrage van de overheid. Toch zijn ook daar de kosten voor de overheid in één jaar gehalveerd.

Business case
MRA-E is het samenwerkingsverband van de overheden in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht om elektrisch vervoer te stimuleren. Binnen MRA-E investeren overheden en marktpartijen samen in een publieke laadinfrastructuur. Zo dragen marktpartijen als PitPoint bij aan het realiseren van duurzaamheidsdoelstellingen, terwijl de overheid helpt om de markt op gang te brengen. Dit met het vooruitzicht dat de overheid minder hoeft te investeren naarmate de markt voor elektrisch rijden groeit.

Linnenkamp verwacht dat de overheid binnen afzienbare tijd financieel niet meer hoeft bij te springen. “Het moment dat er een positieve business case is voor de exploitatie van nieuwe laadpalen is afhankelijk van de doorgroei van het aantal elektrische auto’s, maar komt steeds dichterbij. De gunning van de aanbesteding aan PitPoint is een duidelijk signaal, want die laat zien dat de business case voor de exploitatie van bestaande palen inmiddels positief is.”


17 februari 2017

149 miljoen schone kilometers

Het publieke laadnetwerk voor elektrische auto’s wordt goed gebruikt. Niet alleen door rijders van 100% elektrische auto’s, maar ook door rijders van plug-in hybrides. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van de G4 en MRA-Elektrisch, uitgevoerd door de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

Uit het onderzoek blijkt dat plug-in hybrides verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van alle schone kilometers in het onderzochte gebied. Zij leveren hierdoor een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Het onderzoek baseert zich op de gegevens van meer dan 3 miljoen laadsessies op het publieke laadnetwerk in de periode 2012 tot medio 2016. In totaal zijn de afgelopen vier jaar 149 miljoen schone kilometers geladen op de publieke palen in de G4 en het gebied van de MRA-E. De cijfers van de afgelopen jaren vertonen een sterk stijgende lijn in het aantal laadsessies, het aantal geladen kWh en het aantal unieke gebruikers. Dit bevestigt nut en noodzaak om laadinfrastructuur aan te bieden waar iedereen gebruik van kan maken zoals de G4 en MRA-E doen.

Groot deel laadsessies voor rekening van plug-ins
Plug-in-hybriderijders zijn verantwoordelijk voor ruim de helft van het totaal geladen aantal kWh. Gaandeweg zijn zij een steeds groter deel van de laadsessies voor rekening gaan nemen: van 60 naar 70%. Over de jaren heen blijkt de laadfrequentie van plug-in-hybriderijders stabiel gebleven. De groep plug-in-hybriderijders die het vaakst laadde, is wat vaker gaan laden. Wel daalde de gemiddelde laadhoeveelheid (van 7 naar 6,2 kWh per week), maar dat komt vrijwel zeker doordat de nieuwe en populaire plug-in-hybrides kleinere batterijen hebben.

Plug-in hybrides zijn stepping stone
Voor Maarten Linnenkamp, projectmanager MRA-E, bevestigen de onderzoeksresultaten dat plug-in-hybrides een cruciale stap zijn in de energietransitie. “Natuurlijk rijden deze auto’s ook op benzine, maar het totale aantal kilometers dat ze elektrisch en dus schoon afleggen, is aanzienlijk. En dankzij de plug-in-hybride komt een gezonde business case voor oplaadpalen sneller dichterbij, waarbij we als overheid niet meer in de laadinfrastructuur hoeven te investeren. Plug-in-hybrides zijn een belangrijke stepping stone op weg naar een volledige energietransitie met uitsluitend vol-elektrische auto’s en een wagenpark dat de mens en het milieu niet langer bedreigt.”

(Foto: Bas Stoffelsen)